Soap over renovatie Binnenhof toont aan: dialoog cruciaal

Samen met de voorzitter van de BNA Francesco Veenstra schreef ik een artikel dat op 13 september 2019 op de opiniepagina van de Volkskrant werd geplaatst. Hieronder dit artikel. Onder kop was: “Soap over renovatie Binnenhof toont aan dat dialoog tussen opdrachtgever, architect en gebruiker cruciaal is’. Hieronder de tekst:

De soap rond de renovatie van het Binnenhof is een harde les in goed opdrachtgeverschap. De combinatie van het ontbreken van regie en dialoog, geheimhouding, lekken en desinformatie heeft betrokken architecten en de hele architectenbranche onterecht beschadigd. Deze imagoschade had door goed opdrachtgeverschap voorkomen kunnen worden. Het nepnieuws en populistische taal over een ‘megalomane tropische binnentuin’ is door de openbaar gemaakte informatie en reflectie van architect Ellen van Loon ontkracht. Het roept echter wel verbazing op over het opdrachtgeverschap vanuit het rijk en de rol van het parlement als gebruiker. Naar onze mening is de cruciale driehoek tussen professionele opdrachtgever, architect (en adviseurs) en een niet-professionele gebruiker − in dit geval het parlement − iets grondig misgegaan. Met een nationale schande tot gevolg.

Goed opdrachtgeverschap

Is het parlement als niet-professionele partij niet goed meegenomen? Hebben parlementsleden zelf om opportunistische redenen (fixatie op ‘sober en doelmatig’) de publiciteit gezocht? Of allebei? Hoe het ook zij, het Rijksvastgoedbedrijf hoort als professionele opdrachtgever de dialoog te organiseren en mogelijke spanningen weg te nemen. De architect hoort te snappen wat haar of zijn rol is, maar moet uiteraard wel voldoende contact met de gebruiker kunnen hebben. Dit hele ‘spel’ is hier grondig misgegaan. De opdrachtgever is dit aan te rekenen.

De afgelopen week is door het (gedeeltelijk) opheffen van de geheimhouding van gevoelige informatie veel duidelijk geworden over de gang van zaken aan opdrachtgeverszijde. Een serie beelden toonde tamelijk ingetogen en respectvolle ingrepen om de grootscheepse renovatie van het Binnenhof comfort en verblijfskwaliteit te geven. Het is op zich al onbegrijpelijk dat deze beelden niet eerder zijn vrijgegeven, onder het mom van ‘staatsgeheim’.

Sowieso is de keuze voor geheimhouding (door minister Blok) en niet openbaar aanbesteden voor dit project discutabel. Het lijkt nu te zijn gebruikt als dekmantel voor het falen aan opdrachtgeverszijde en bij het parlement als ontevreden gebruiker.

Er is ook niet ingegrepen vanuit het rijk toen beide architecten door politiek en media werden beklad. Het was daar oorverdovend stil, ondanks aandringen van collega-architecten en de BNA om hier een einde aan te maken. ‘Er wordt gezocht naar een woordvoerder’, was het antwoord. Wekenlang bleef er een nietszeggend drie-regelig bericht op de website van Rijksvastgoedbedrijf staan. Terwijl speculaties elkaar opvolgden en beschuldigingen aan ‘de architecten’ werden gericht.

Dialoog

Enkele lessen kunnen alvast worden getrokken. Ten eerste, dat de dialoog tussen architect, opdrachtgever en gebruiker cruciaal is. In dat spel moet de gebruiker juist goed worden meegenomen. Daar wordt de meerwaarde van de architect ook geaccentueerd. Pogingen van betrokken architecten om die dialoog te krijgen werden hier kennelijk tegengewerkt (‘politiek gevoelig’). Daarmee ontneem je de kracht van de architect als adviseur en wordt het een kansloze missie.

Ten tweede blijkt geheimhouding van het ontwerp geen goede basis voor een ontwerp van publieke gebouwen. Uiteraard begrijpen architecten ook dat andere onderdelen van het bouwproces gevoelig zijn. Overdreven veiligheid en controledwang leidt tot suboptimale oplossingen.

Ten derde blijkt dat het rijk als opdrachtgever een veelkoppig monster is. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft prachtprojecten gerealiseerd. Maar bij het Binnenhof ging het nu al grondig mis. Veel partijen zullen over hun eigen schaduw heen moeten springen om het proces goed te krijgen.

De rijksbouwmeester is naast leider van het ‘kwaliteitsteam Renovatie Binnenhof’ ook juryvoorzitter van de tweejaarlijkse Rijksprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap, de zogenaamde Gouden Piramide. Die prijs gaat ‘over durf, ambitie, de vernieuwing die is gezocht en de manier waarop’. Juist op die punten laat het rijk zelf hier steken vallen. Het zou opdrachtgever en gebruiker sieren te erkennen dat deze discussie niet meer over de inhoud ging. De architectenbranche is daardoor onterecht in diskrediet gebracht. Voorbeeldig opdrachtgeverschap vraagt openheid en voorbeeldig leiderschap.